Een hoofdstukje uit Eigen wijs, mijn boek over kritisch denken, geschreven in 2017 en helaas veel te waar gebleken.

Bullshitting is een term, die wordt gebruikt in verband met taalgebuik waar eerlijk redeneren en waarheid in het geding zijn. Bullshit wordt regelmatig verbonden aan de uitspraken van Donald Trump, maar eerlijk gezegd zie je veel meer bullshit-argumentaties.

Al in 1985 schrijft de filosoof Harry Frankfurt een essay over bullshit. (Frankfurt, 1985) Hij onderzoekt het verschil tussen bullshit en liegen. In het essay vallen twee dingen op. Frankfurt verbindt bullshit aan rommelig taalgebruik èn desinteresse in de waarheid. Hij bouwt zijn verhaal op aan de hand van een anekdote die we kennen over Ludwig Wittgenstein. Die was filosoof, gespecialiseerd op taal en logica en dus erg alert op precies taalgebruik.

Een vriendin van Wittgenstein, Fania Pascal ligt in het ziekenhuis omdat haar amandelen zijn verwijderd (dit speelt in de jaren 30 van de vorige eeuw). Als Wittgenstein belt om te vragen hoe het met haar gaat zegt ze met moeite: ik voel me als een hond die is overgereden. Wittgenstein reageert: jij weet niet wat een hond voelt, die is overgereden.

Nu los van hoe je de opmerking van Wittgenstein wilt interpreteren  (gebrek aan humor, of juist meegaan in een woordspelletje: ‘ziek als een hond’ wordt ‘ziek als een hond die is overgereden’ beantwoorden met: dat kun jij niet weten) gaat het Frankfurt om iets anders. Hij analyseert deze anekdote om het begrip bullshit helder te krijgen. Fania weet natuurlijk heel goed dat ze niet weet hoe een hond zich voelt. Ze liegt niet. Ze zegt ook geen gekke dingen uit onwetendheid.

Wat Wittgenstein wil aantonen is, dat haar opmerking geen enkel verband heeft met de waarheid. Ze zegt maar wat. Er is geen verbinding tussen haar uitspraak en de gevoelens van een overgereden hond. Wittgenstein vindt dat ze maar wat aanrommelt. Ze doet geen accurate uitspraak, maar ze doet ook geen moeite om een accurate uitspraak te doen. In het geval van Fania zou je kunnen zeggen: onschuldig bullshitten. Bij uitspraken van politieke leiders als Trump, Poetin of Erdogan is dat niet het geval.

Bullshit, concludeert Frankfurt naar aanleiding van deze anekdote is een houding en een manier van spreken waarbij de spreker niet is geïnteresseerd in de relatie met de waarheid. Het maakt hem niet uit of het waar is wat hij zegt, het maakt hem ook niet uit of het onwaar wat hij zegt.

Bullshit-redeneringen bestaan natuurlijk al zo lang als er taal bestaat. Het onthullen ervan is ook niet zo moeilijk. Wel is angstaanjagend, dat we het meer en meer tegenkomen in het vertoog van de macht. Velen zijn weliswaar verbijsterd over de bullshit van Trump, Wilders en Erdogan. Maar velen vinden het ook wel wat en accepteren het als zoete koek.

Het lijkt erop, dat waarheidsvinding door aanhangers niet belangrijk wordt gevonden. Het maakt de verantwoordelijkheid groot van kritische burgers en journalisten in het bijzonder: onthullen en weerleggen die bullshit. Blijft nog een laatste punt: stront heeft per definitie drie eigenschappen. Het is vormloos, het stinkt  en je wilt ervan af…..