Het leven van een outsider

William Blake leefde van  1757 tot 1827. Een eenling, een dichter en beeldend kunstenaar, maar ook een eigenzinnig denker, een anarchist met uitgesproken ideeën over moraal, religie, politiek en seksualiteit. Een man met een aversie tegen de industrialisatie die op gang kwam. Een geharnast tegenstander van Verlichtingsfilosofen, die het denken in zijn tijd domineerden. Ook een man met een groot verlangen naar oude tijden, toen druïden, profeten en zieners telden. Blake was heilig overtuigd van zijn eigen gelijk. Immers, dat gelijk was gebaseerd op kennis die hij had opgedaan middels visioenen en dromen en dat was veel rijkere kennis dan de wetenschap van de Verlichting hem ooit zou kunnen brengen.

dissenters

Blake is zijn leven lang een buitenstaander geweest. Hij kwam op de wereld in Londen op 28 november 1757 en stierf in dezelfde stad op 12 augustus 1827. Zijn ouders waren middenstanders met een garen- en bandwinkel in Soho. De familie was niet rijk, maar zeker ook niet arm. En zoals bij middenstanders altijd gaat: ze moesten voor zichzelf opkomen en waren zeer gehecht aan hun autonomie. Dat blijkt bijvoorbeeld uit hun keuze voor één van de vele ‘low church’ kerkgenootschappen die er toen waren in Londen. We kennen ze onder de verzamelnaam ‘dissenters’. Letterlijk betekent dat: zij die er niet mee instemmen. En dat laatste verwees naar de staatskerk, the high church: the Church of England.  Staatskerk betekent, dat koning en kerk twee handen zijn op één buik. Dat was de door god bedoelde orde. En zolang als die orde er was, was er ook al het verzet. De traditie van dissenters bestond al lang in Engeland en de ‘dissent’ was zeker niet alleen van godsdienstige aard. Altijd ook is er een toon van anti-establishment te vinden bij de dissenters. Dissenters waren subversief en werden zo ook gezien: ze konden geen lid worden van the House of Commons en waren buitengesloten van studie aan de universiteit (in Blakes tijd waren er universiteiten in Oxford en Cambridge). Het is dus niet toevallig, dat dissenters vaak kozen voor handel en ambacht. Dat zorgde voor een zekere mate van onafhankelijkheid en kans op ontwikkeling buiten de standenmaatschappij. Het is begrijpelijk dat het anti-establishment denken ook leidde tot een egalitaire visie op politiek. Dissenters vonden dat mensen gelijk waren en ze dienden als gelijken van elkaar en rechtvaardig behandeld te worden. En typerend voor dissenters was aversie tegen koningshuis en aristocratie. Blakes ouders waren dissenters en zoiets krijg je in je opvoeding mee. De aversie tegen godsdienst als systeem met regels en wetten, macht en moraal is in het leven en werk van Blake een constante factor. Hoewel hij zeer geïnteresseerd was in religie en de bijbel door en door kende, had hij een hekel aan religieuze instituten. Dat blijkt later, als hij als medeondertekenaar wél bij de oprichtingsvergadering van een nieuwe kerk aanwezig is, de kerk van de Swedeborgianen, maar daarna ook direct weer afstand nam. De Blakes waren niet alleen dissenters in hun positie ten opzichte van de kerk, maar ook politiek. Het milieu van middenstanders en geschoolde ambachtslieden was in Blakes tijd sowieso een omgeving van sociale en maatschappelijke emancipatie. Engeland was georganiseerd als standenmaatschappij en de kleine zelfstandigen waren zich zeer bewust van hun marginale positie. De tweede helft van de 18de eeuw was een roerige tijd in Londen. Er waren allerlei radicale politieke groepen en steeds meer mensen begonnen zich politiek te organiseren. Er waren regelmatig forse straatrellen, die altijd een anti-establishment karakter hadden. Blake spreekt met sympathie over de idealen van de Franse revolutie en over de kansen van Amerika, het nieuwe land, dat het koloniale juk afwerpt. In Blakes werk komt die stellingname steeds terug.  Niet alleen de kerk moet het ontgelden in de teksten van Blake, maar ook de politiek en de klassenjustitie.

William was het derde kind in wat uiteindelijk zou resulteren in een gezin met zeven kinderen. Hij had weinig affiniteit met zijn familie, hoewel eigenlijk nooit blijkt, dat daar aanleiding voor was. Het was wel zo, dat hij het traditionele gezin als een beperking van vrijheid zag en de vader in zijn rol van de ‘pater familias’ als de aanstichter ervan.

‘Is this thy soft Family-love

Thy cruel Patriarchal pride

Planting thy family alone

Destroying all the World beside.

A mans worst enemies are those

Of his own house & family

And he who makes his law a curse,

By his own law shall surely die’.

( uit: Jerusalem, the Emanation of the Giant Albion, To the Jews, r. 77 e.v.) Vertaling: Is dit uw zachte familie-liefde, uw wrede patriarchale trots, uw familie apart te zetten, en de hele wereld kan vernietigd worden. De ergste vijanden van een mens zijn die van zijn eigen huis en familie. En hij, die van zijn wet een vloek maakt, zal zeker sterven door zijn eigen wet)

Een vijf jaar jonger broertje, Robert, dat vroeg gestorven is, vormt een uitzondering. Blake was dol op hem en nam hem later aan als leerling-graveur, toen hij een eigen werkplaats had. Blake spreekt zijn leven lang vol liefde over hem, en voert dagelijks, ook na Roberts dood gesprekken met hem. Dat praten met geesten was niet ongewoon in Blakes tijd en omgeving. Ook zijn vrouw Catharine vertelt dat zij na Blakes dood regelmatig met hem sprak, bijvoorbeeld over het beheer van de voorraad en de handel in prenten.

een gevoelig kind


William was een vreemd en gevoelig kind. Op zijn vierde jaar krijgt hij zijn eerste van vele visioenen. God kijkt door het raam van zijn slaapkamer. Op zijn tiende ziet hij engelen in een boom in Peckham Rye, nu een wijk midden in Londen, in Blakes tijd nog een boerengemeenschap aan de rand van de oprukkende stad. William is een dromer, die de wereld ziet, maar tegelijk een andere wereld, een visionaire wereld, die wat hem betreft de ‘ware’ wereld is. Het huis waar hij opgroeide, op de hoek van Broadstreet, stond in een rechte lijn tussen St Pauls Cathedral en Kensington Gardens. Als je op het dak van het huis zou klimmen, kon je de koepel van St Pauls zien in het oosten en keek je naar het westen, dan was daar Kensington Gardens. Je kunt je voorstellen, dat het kind een keer het dak op klimt en de wereld daarboven eens opneemt. In Jerusalem, the Emanation of the Giant Albion komt het beeld, dat hij toen kan hebben gezien vanaf het dak in visionaire taal terug. Een waarneming is nooit zo maar een waarneming bij Blake. Een waarneming wordt een beeld met eigen betekenis: ‘Then the Divine Vision like a silent Sun appeared above Albion dark rocks: setting behind the Gardens of Kensington On Tyburns River, in clouds of blood’ . (Vert: dan verschijnt het goddelijk gezicht als een stille zon boven de duistere rotsen van Albion en gaat onder in wolken van bloed achter de Tuinen van Kensington op de rivier de Tyburn. Jerusalem plaat 43.)

Blake moet een wijze moeder hebben gehad. Zij beslist, dat het beter voor dit kind is, dat hij niet naar een reguliere school gaat. Ze leert hem thuis lezen en schrijven. Blake is zijn moeder dankbaar voor deze beslissing, zo blijkt uit één van zijn latere gedichten. Hij heeft geen enkele affiniteit met school en onderwijs. Hij is ervan overtuigd dat ze je in de school alleen maar de goede dingen afleren:

‘Thank God I never was sent to school,

To be Flogd into following the Style of a Fool’

( afkomstig uit Blakes Notebook. Vert : God zij dank ben ik nooit naar school gestuurd, om getuchtigd te worden tot je de manieren volgt van een idioot.)

Blake wijdt zelfs een gedicht in The Songs of Experience aan het lot van het kind dat gedwongen wordt te leven onder de tucht en discipline van de school. In The schoolboy legt hij een verbinding tussen het jonge kind, de leeuwerik die zingt in de lucht en een kwetsbaar jong plantje. Het jongetje zingt en de leeuwerik zingt met hem mee. Het is een bondgenootschap van vreugde, lichtheid en creativiteit. En de jonge plant heeft alle beloftes nog in zich om te groeien. Alle drie lopen groot risico hun onschuld te verliezen. Een zangvogel kan zo maar een kooivogel worden, een kind kan door dwang van school creativiteit en verbeelding kwijtraken en de jonge plant is voorbestemd om vrucht te dragen en met de wintertijd te sterven. Vreugde, het zingen van een lied en vrijheid staan onder constante dreiging. In het werk van Blake is dit een groot thema: de onschuld van kinderlijke vreugde en de vrijheid van het spel lopen steeds gevaar. Ervaring staat er bij Blake niet goed op. Het is de onherroepelijke pijn van het leven. Ervaring bedreigt de onschuld altijd. Maar het lot is, dat er geen leven is buiten de ervaring. De kunst is de onschuld niet te verliezen. Zo wordt het leven geleefd in spanning tussen onschuld en ervaring. Dat is ook de titel van de Gedichtencyclus, waarin The Schoolboy te vinden is: The Songs of Innocence and of Experience.

The schoolboy, uit Songs of Experience:  Ik vind het fijn om in de zomerochtend op te staan, als de vogels zingen in de bomen, een jager veraf blaast zijn hoorn en de leeuwerik zingt met me mee, wat een fijn gezelschap. Maar om naar school te gaan op een zomerochtend, alle plezier vergaat je, de kleintjes komen zuchtend de dag door, ze peigeren zich af onder wreed toezicht. Ik zit er vaak een beetje verlept bij, besteed uren van kommer en kwel, in mijn boek vind ik geen vreugde, ik zit niet op een prettige leerplek, en wordt overladen met mistroostigheid. Hoe kan een vogel, geboren voor vreugde, in een kooi zitten en zingen? Hoe kan een kind, geplaagd door angst, anders doen dan zijn vleugels laten hangen, en de lente van zijn jeugd vergeten? O vader en moeder, alles wat ontspruit, wordt afgeknepen, en wat bloeit wordt weggeblazen, en als de tere plantjes worden ontdaan van de vreugde van hun lentedag, door kommer en kwel overladen. Hoe kan dan de zomer er zijn in vreugde, hoe kan het fruit van de zomer tevoorschijn komen, hoe kunnen we vasthouden, wat door rouw wordt vernietigd, hoe kunnen we het vriendelijke jaar zegenen, als de gure winterwinden verschijnen.

William blijkt als kind een goede tekenaar te zijn. Zijn vader koopt een map met prenten van kunstwerken uit de Renaissance en de Antieke oudheid voor hem. Hij gebruikt ze als voorbeelden bij het tekenen. Vanaf zijn tiende mag hij naar de Shipley’s Drawing School, waar Henry Pars, een oudere broer van de in die tijd bekende landschapsschilder William Pars, de scepter zwaaide. Pars zelf was een graveur en de school functioneerde als een vooropleiding voor jongens, die daarna als leerjongens aan de slag konden in een bedrijf. Ze werden opgeleid  ‘to be masters of the several arts and manufactures, in which elegance of taste and correctness of drawing are required’. (Vert: meester worden in de verschillende kunsten en vaardigheden, waarvoor verfijnde smaak en de juiste tekenvaardigheid noodzakelijk zijn.) In het geval van Blake ging het dan om het vak te leren van commercieel graveur, een vak met toekomst, omdat de vraag naar illustraties steeds groter werd. Het krantenbedrijf was in opkomst en voor boeken was er altijd al een constante vraag naar illustraties. En in het tijdperk van voor de fotografie werden gravures gebruikt als illustratie. Het onderwijs bij Pars bestond voornamelijk uit natekenen van gipsmodellen: een neus, een arm, een knie, een torso, een kop en daarnaast waren er de prenten naar schilderijen van beroemde kunstenaars als Michelangelo, Rafaël en Dürer.  Op zijn dertiende gaat William dan zijn echte leertijd in bij James Basire, die een graveerwerkplaats had in Great Queen Street, dichtbij Covent Garden. Zo’n leertijd was geen kleinigheid. Gebruikelijk stond er een periode voor van zeven jaar, waarbij één of twee leerjongens in de werkplaats dagen maakten van dertien uur, met de zondag vrij. Als tegenprestatie was er kost en inwoning. Dus graveur, dat zou hij gaan worden.


graveren

Graveren is een moeilijk vak. Stel het maar voor als tekenen, maar dan met een ijzeren pen, een burijn, direct in een koperen plaat. Met kracht moet de burijn in het koper worden gedrukt en vooruit worden bewogen. Onder de koperplaat ligt een kussentje, zodat de graveur als hij een draaiende beweging moet maken het kussentje kan laten meedraaien, wat de kans op een mooie heldere lijn vergroot. Lijnen kunnen dikker of dunner worden gegraveerd door de burijn schuiner of rechter door het koper te laten gaan. Het begin of eind van een lijn kon vloeiend worden of abrupt beginnen of eindigen. Je kan zo effecten mee geven aan je tekening en daar moet de graveur zich bewust van zijn. Na het graveren wordt de koperplaat in-geïnkt en schoongemaakt. De inkt blijft dan achter in de gegraveerde lijnen. Daarna wordt een blad papier met een pers op de plaat gedrukt. Een afdruk van de geïnkte lijnen op het papier is het resultaat. De prent, in dit geval een lijngravure, is klaar. Koper is een slijtvast materiaal en op deze manier konden grote oplages van een prent worden gemaakt. Pas na veel afdrukken ontstaat er slijtage op de plaat. In dat geval kan de koperplaat worden bijgewerkt en kan het drukproces worden hervat. Men noemt dat wel de tweede staat van een prent. Dan blijft er nog een vraag open: hoe komt de afbeelding óp de koperplaat? Dat kan natuurlijk door direct op de plaat te tekenen, maar in het geval van commercieel werk zoals bij Basire moest een tekening, die elders was gemaakt worden overgebracht op de plaat. Dat kan door de tekening met een stift over te trekken op de koperplaat, waarop een dunne waslaag is aangebracht. Bij voorkeur gebeurt dat in spiegelbeeld. Op die manier wordt de afbeelding op de koperplaat na het drukken een exacte kopie van de tekening.  In het geval van de krant, een opkomend medium in Blakes tijd,  was een realistische weergave belangrijk. De tekenaar was een fotograaf ‘avant la lettre’, die bijvoorbeeld ooggetuige was geweest van een straatrel of een terechtstelling. We weten van Blake, dat hij er door Basire op uit werd gestuurd om tekeningen te maken die bedoeld waren voor specifieke opdrachten.

Basire had zich gespecialiseerd in afbeeldingen van ‘antiquities’, monumentale gebouwen zoals middeleeuwse kerken, kastelen en monumenten. Zo had hij een opdracht gekregen voor het leveren van gravures voor een boek over grafmonumenten in Groot Brittannië. De benodigde tekeningen waren een mooi klusje voor de jonge William. Hij heeft heel wat uren doorgebracht in Westminster Abbey, waar hij tekeningen maakte van de middeleeuwse graven en grafmonumenten van beroemde personen. Stel je voor, een jongen van een jaar of vijftien met een levendige fantasie, alleen in die enorme doodstille gotische abdijkerk, met strijklicht door de gebrandschilderde ramen ver boven hem, werkend, ongetwijfeld bij flakkerend kaarslicht, bij de geheimzinnige gotische sarcofagen met op deksels de meer dan levensgrote afbeeldingen van ridders en jonkvrouwen, koningen en koninginnen uit lang vervlogen tijd. Het moet een onuitwisbare indruk op hem hebben gemaakt. De liefde voor de ‘gothic style’, die hij daar leerde kennen heeft hem nooit meer verlaten. Net als het verlangen naar de oergeschiedenis en zijn fascinatie voor heilige plaatsen en druïden hem nooit meer hebben losgelaten.

Blake bleef zijn hele leven een commerciële graveur en drukker. Het eigen vrije werk heeft hij altijd moeten maken naast het opdrachtwerk, simpelweg omdat hij anders geen middelen van bestaan had. Na zijn leertijd bij Basire, die ongeveer tot 1780 heeft geduurd, maakte Blake als kleine zelfstandige in opdracht illustraties voor boeken, tijdschriften en ook losse platen. In 1784/85 heeft hij samen met een andere leerling van Basire, James Parker, een werkplaats. De samenwerking hield geen stand, dus Blake ging alleen verder. Bij de boedeldeling kreeg hij de drukpers mee en daarmee verwierf hij autonomie: hij heeft het hele proces van graveren tot drukken nu voor de rest van zijn leven in één hand. In 1782 trouwde hij met Catharine Boucher. Het huwelijk duurde 45 jaar, tot aan de dood van Blake. ’Mijn vrouw is als een schittering met veel kleuren van kostbare juwelen’, schrijft Blake in een brief aan William Hayley. En dat beeld werd door vrienden bevestigd. Dezelfde Hayley zegt in 1802: ‘ Ze zijn nog net zo dol op elkaar, alsof ze nog in hun wittebroodsweken zijn. Het lijkt alsof ze door één ziel gestuurd worden, een ziel van onvermoeibare samenwerking en welwillendheid.  En op zijn sterfbed maakt Blake nog een portret van Catharine en vertelt haar, dat zij altijd als een engel voor hem is geweest. Na zijn dood gaat Catharine, zo vertelt zij, regelmatig op een bankje zitten om nog een gesprek te voeren met Mr. Blake. Ze hadden niet alleen een goed huwelijk, maar ook een uitstekende samenwerking in de werkplaats.


Blakes tekening van Catharine

reliëf etsen

Blake ontwikkelt in deze jaren een eigen unieke druktechniek, die wij nu kennen als reliëf-etsen.  Drukken was tot Blakes tijd toch vooral een bedrijf waarbij twee druktechnieken naast elkaar bestonden en later in het werkproces pas bij elkaar kwamen: het tekstdrukken met zetwerk en de illustraties drukken met gravures. Blake was van jongsaf al een man van twee professies, hij was dichter en tekenaar. Dat wil hij bij elkaar brengen met tekst en beeld in één procedé. Hij experimenteert daarom met andere druktechnieken. Met reliëf-etsen bereikt hij het gewenste resultaat. De techniek lijkt op die van een houtsnede met als effect een hoogdruk. Etsen en graveren in de koperplaat heeft het effect van diepdruk. Immers, de afbeelding wordt aangebracht in de plaat. Bij reliëf-etsen gaat het net als bij een houtsnede: alles, wat niet nodig is wordt van de plaat verwijderd, zodat alleen  de afbeelding of in Blakes geval de tekst met afbeelding overblijft: in reliëf uitstekend boven de plaat. Door direct te tekenen op de plaat en zichzelf te leren schrijven in spiegelschrift kan hij een plaat maken die eruit ziet als een bladzij, één prent met tekst en beeld. En bovendien kan hij nu spelen met tekst en beeld. Op zijn prenten raken tekst en beeld elkaar en ze gaan in elkaar over. Bloemen groeien uit letters en engeltjes zweven door de tekst.

Op een vooraf klaargemaakt koperplaatje tekent en schrijft hij met rood of wit krijt. Daarna maakt hij een mengsel van olie en kleurstof en met penseel trekt hij de krijttekening over. Het mengsel is bestand tegen aqua forte, een bijtende stof die hij laat inwerken op de plaat. Na een paar uur inwerken staan de letters en beelden als een reliëf van ongeveer 0,1 millimeter hoogte op de koperplaat. Hij inkt met een tampon het reliëf laagje voor laagje in en verwijdert de inkt als dat nodig is van de laaggelegen delen. Daarna maakt hij met de pers een afdruk op papier. De lijnen van tekst en beeld worden zo gedrukt. Hierna kan hij het resultaat met waterverf inkleuren. Hij doet dat per druksel en het resultaat kan dus per exemplaar anders zijn. Op die manier wordt iedere prent een uniek exemplaar. Zo kan Blake een boek maken van meerdere platen. En hoewel hij een oplage maakt van zo’n ’illustrated book’, kan dat toch per boek een uniek werk worden.  Hij kon per exemplaar het inkleuren met waterverf variëren of hij kon het geëtste reliëf nog wat veranderen. Blake had zo het complete proces in eigen hand: hij schreef de tekst, maakte de tekening, etste de plaat en drukte en kleurde het geheel zelf in.  En ook het binden deed hij zelf. Zo zijn er exemplaren van boeken, waarbij de volgorde van platen verschilt en soms ook zijn er platen uit een editie weggelaten. Het maakt ieder boek uniek. Bij de productie van de ‘illustrated books’ hebben Blake en Catherine intensief samengewerkt. We weten dat Catharine zeer vaardig was bij het inkleuren met waterverf.  De eerste experimenten met ‘illustrated books’ die zo ontstaan zijn in 1788: There is no natural religion en All religions are one. Van bijvoorbeeld There is no natural religion zijn dertien exemplaren bekend met eenentwintig platen. Alle dertien exemplaren zijn verschillend. In de jaren ’90 werkt Blake rustig door, met weinig succes waar het zijn eigen werk betreft. Het zijn wel turbulente jaren, die voor Blakes denken veel betekenen. Het debat over afschaffing van de slavernij is in Engeland in volle gang. De Franse revolutie is voor een anti-establishment denker als Blake een enorme en hoopvolle gebeurtenis. In Engeland wordt met groot wantrouwen gekeken naar de revolutie en tijdgenoot en filosoof Edmund Burke schrijft een vlammend betoog tegen de gevaren van politieke revolutie: Reflections on the revolution in France. Vanaf 1793 raakt Engeland ook nog in oorlog met Frankrijk. Het leven van vrijdenkers en verdedigers van de revolutie wordt er in Engeland niet eenvoudiger op.  In 1800 vertrekken Blake en Catharine naar het platteland. Blake heeft de laatste tijd last van depressies, ‘nervous fear’ en vertrek uit de stad lijkt een goed idee. John Flaxham, een bevriende beeldhouwer en ontwerper van grafmonumenten,  introduceert hem bij de populaire en rijke dichter William Hayley, die zich opwerpt als mecenas van Blake. Ze gaan wonen in een cottage in Felpham, aan de Kanaalkust. Blake is in extase. Hij krijgt visioenen en schrijft er gedichten over.  De zeelucht doet hem blijkbaar goed: in Felpham ‘voices of celestial inhabitants are more distinctly heared & their forms more distinctly seen & my Cottage is also a shadow of their houses. (.Gecit. Ackroyd, p 227:ik hoor de stemmen van de hemelse bewoners veel scherper en ik zie hun vormen ook scherper en mijn huisje is een schaduw van hun huizen.)


Niets is mooier dan het platteland:

‘Away to sweet Felpham for heaven is there:
The Ladder of Angels descends through the air
On the turrett its spiral does softly descend
Through the village it winds, at my cot it does end.

(Brief aan mevrouw Anna Flaxham, 14 sept. 1800, met gedicht van Blake, waarin hij zijn dankbaarheid uitspreekt over John Flaxmans hulp, gecit. David Erdman, the complete poetry and prose of William Blake, 708: Weg naar zoet Felpham, want daar is de hemel/ de engelenladder daalt af uit lucht/tot op het torentje daalt de ladder/en dan kronkelt hij door het dorp om te eindigen bij mijn huisje.)

Het torentje staat op het huis van zijn weldoener Hayley. De euforie over het verblijf in Felpham is van korte duur. Blake blijkt zijn mecenaat niet voor niets te krijgen. Hij krijgt opdrachten om literaire portretten te schilderen aan de muur van de bibliotheek van Hayley en hij maakt in ruil voor kost en gebruik van het huisje illustraties voor Hayleys boeken. Hij voelt zich gebruikt door Hayley, die veeleisend blijkt en zich ook artistiek met Blakes werk bemoeit. Blake krijgt het steeds minder naar zijn zin. En dan heeft hij ook nog een ernstig conflict met een soldaat, John Scofield, die hij dronken betrapt in zijn tuin. ( zie bijvoorbeeld: https://www.britannica.com/biography/William-Blake/Charged-with-sedition). Woedend slaat Blake hem eruit. Dat loopt flink uit de hand, omdat Scofield een soldaat in dienst van de koning is en bovendien in oorlogstijd in de kustplaats Felpham de grens van het vaderland bewaakt tegen een mogelijke Franse invasie. Scofield is bovendien bij het handgemeen niet alleen. Hij heeft een getuige en Blake niet. Hij beweert dat Blake dingen heeft geroepen die je met landverraad kan kwalificeren en zijn maat kan dat bevestigen. De affaire leidt tot de beschuldiging van hoogverraad. Blake is flink in de war en ziet  overal samenzweringen. Scofield zou een agent-provocateur van de regering zijn en op een ander moment is Scofield gehuurd door Hayley, die zou hebben geprobeerd Catherine te verleiden en bij gebrek aan succes wraak neemt. In 1804 wordt Blake bij het proces wegens landverraad vrijgesproken, overigens met hulp van de advocaat van Hayley. Scofield komt in zijn later werk regelmatig terug als het vleesgeworden kwaad: ‘Tell him I will dash him into shivers where & at what time I please; tell Hand & Skofield they are my ministers of evil  to those I hate, for I can hate also as well as they! (Jerusalem, the Emanation of the Giant Albion, plaat 17: Vertel hem , dat ik hem in gruzelementen sla, op ieder moment dat ik wil/ vertel Hand & Scofield dat ze mijn dienaren van het kwaad zijn voor die ik haat/ want ik kan net zo goed haten als zij! Hand is het spook van de rede, Blakes personificatie van het materialisme, dat hij verafschuwt.)


Blake verhuist in 1803 terug naar Londen. De komende jaren zijn een tijd van armoe, ruzie over opdrachten, weinig verdiensten, maar wel prachtig werk, zeker ook waar het opdrachten betreft. In 1808 krijgt Blake een opdracht voor het maken van aquarellen bij een groot gedicht van de Schotse dichter Blair, getiteld The Grave. Het gedicht is een voorbeeld uit het genre Graveyard Poetry, gedichten met weemoedige overdenkingen betreffende dood, melancholie en sterfelijkheid, goed passend bij de tijd van de vroege romantiek. Blake leeft in de veronderstelling, dat hij na de ontwerpen in waterverf ook de gravures mag maken voor de publicatie.

De opdrachtgever, Robert Cromek, wijst die opdracht echter toe aan een andere graveur, Luigi Schiavonetti.  Blake windt zich daar zeer over op en noemt de graveur ‘Assassinetti’(moordenaar) en over zijn opdrachtgever schrijft hij: ‘A pretty sneaky knave I knew, O Mr. C—how do you do.’ (ik ken een tamelijk stiekeme schurk, O meneer C, hoe gaat het met je). Het is een beetje het verhaal van Blakes leven: achterdocht, ruzie en onenigheid over betalingen. In 1809 organiseert hij een solo-expositie die nauwelijks wordt bezocht. Voor de tentoonstelling maakt hij een beschrijvende catalogus, waarin hij de polemiek aangaat met iedereen die wat voor hem kan betekenen.  In 1820 voltooit hij Jerusalem, The Emanation of the Giant Albion, een enorm werk met honderd gegraveerde platen, waaraan hij heeft gewerkt vanaf 1804. Inmiddels heeft hij kennisgemaakt met John Linnell, succesvol portretschilder, die het leven zeker ook wat betreft inkomen, voor Blake een stuk draaglijker heeft gemaakt. Linnell koopt werk van Blake en bezorgt hem grote opdrachten. Hij maakt voor Linnell in 1821 een serie van 21 aquarellen bij het boek Job en in 1823 krijgt hij ook de vervolgopdracht voor het ontwerpen en graveren van de illustraties. In 1824 komt Linnell nog eens met een enorme opdracht: het maken van illustraties voor Dantes Goddelijke Komedie. De opdrachten, de erkenning en het inkomen maken de laatste jaren van zijn leven draaglijker. Blake verbaast zich erover dat hij nog langer leeft dan sommigen van zijn vrienden en tijdgenoten. Hij leeft rustig naar de dood toe. Hij zegt daarover: ik kan de dood niet anders zien dan verhuizen van de ene kamer naar een andere.  En in april 1827 schrijft hij aan George Cumberland, oude vriend en bezorger van opdrachten: ‘ik ben heel dicht bij de poorten van de dood geweest en ben teruggekomen, zwak, kwetsbaar en wankelend, maar niet in geest en leven, niet in de ware mens, de Verbeelding die voor eeuwig leeft.’ (Erdman 783). Blake sterft in augustus 1827 een paar maanden voor zijn 70ste verjaardag. Ooggetuigen vertellen: singing of the things he saw in Heaven.

uit de Goddelijke Comedie: Antaeus zet Dante en Vergilius af in de negende kring